Het boek Eet mij

Leuk boekje over eten en afvallen, maar met niet helemaal de juiste conclusie

Dit boekje - "Eet mij" van Asha ten Broeke en Ronald Veldhuizen - over eten en afvallen, is de laatste tijd erg populair geworden. Dat was voor mij de belangrijkste reden om het te lezen. En natuurlijk omdat het over een onderwerp gaat waar ik al veel over gelezen en mee geëxperimenteerd heb: eten en vitaliteit.

Het boekje begint met laten zien dat zwaarlijvigheid op vele fronten in onze huidige westerse samenleving in de hand wordt gewerkt en het stelt het nut van afslankmethodes aan de kaak. Het beeld dat geschetst wordt komt mij alleszins redelijk voor: teveel dikmakers in het commercieel verkrijgbare eten, een veel te groot aantal eet-stimuli waar we dagelijks aan bloot worden gesteld en afvalprogramma’s waar je alleen maar van gaat jojo-en.
Daarnaast wordt verteld dat zwaarlijvigheid niet alleen ontstaat door veel of verkeerd eten, maar ook door genetische aanleg. Het eetpatroon van mensen wordt bovendien voor een groot deel bepaald door sociaal-economische omstandigheden. Ook die rederingen zijn heel redelijk.
Tot zover gaat het goed in dit boek. De lezer is heel goed meegenomen naar het belangrijkste statement dat het boek wil maken: het is niet handig en eerlijk om zwaarlijvige mensen te stigmatiseren en te discrimineren; immers de zwaarlijvigheid is niet altijd iets waar men wat aan kan doen. Prima.
Maar dan gaat het mis. Omdat individuen niet per definitie verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor hun zwaarlijvigheid, wordt de schuld en de roep om actie geheel en al bij de overheid gelegd. Die moet met prijsbeleid, voorlichting en regelgeving ervoor zorgen dat willoze burgers ten prooi vallen aan de in hen losgemaakte vetzucht.
Het wijzen naar de overheid als actiehouder is niet alleen weinig hoopgevend, maar geeft aan burgers het beeld mee dat zij slachtoffers zijn die zelf niets aan de situatie kunnen veranderen. Terwijl het juist zo aantrekkelijk is om aan individuen te laten zien dat zij zelf keuzes kunnen maken en zelf voor hun gezondheid kunnen zorgen. Het boek roept op dikke mensen niet te discrimineren, maar bestempeld ondertussen zelf al die burgers als zo willoos en dom dat de overheid voor hen moet gaan zorgen.
Ik zie wel een rol voor overheid of ideële organisaties: zorg voor goede voorlichting aan de consumenten. Maar neem de mens zelf, de consument, niet zijn autonomie af. Laat hem zelf keuzes maken en geef hem, binnen zijn eigen grenzen en mogelijkheden, juist nog nadrukkelijker de verantwoordelijkheid voor zijn eigen lijf terug. Dat kunnen ze best zelf.